Een tijdje geleden volgde ik een workshop met zo’n twintig medestudenten. Tijdens de workshop kregen we de opdracht om een innovatief idee te verzinnen waarmee het openbaar vervoer in afgelegen gebieden verbeterd kan worden. Mijn team had het super originele idee om een app te ontwikkelen. Althans, dat dachten we. Vier van de vijf groepen bleken hetzelfde idee te hebben. De vijfde groep won de opdracht vanwege hun uitspringende creativiteit.

Dit zette me aan het denken. Waarom werd die app niet meer ervaren als innovatief? Vanuit het perspectief van Internet of Things leek het de ideale oplossing. Immers, het integreren van internet in alledaagse objecten, en de connectiviteit tussen deze objecten zou een grote verbetering kunnen zijn voor het gebruiksgemak van producten. Echter, dit betekent ook dat je ieder product kunt verbinden met het internet en het (slimme) innovatie kunt noemen. Neem het volgende voorbeeld. Simpelweg zoeken naar ‘smart’ in de App Store bracht me bij deze innovatie:

Screenshot_20161105-163807.pngScreenshot_20161105-163818.png

Een wasmachine-app. Deze app houdt alle statistieken over de wasjes die jij draait bij, zodat jij een mooi overzicht hebt van je wasmachine gebruik. Daarnaast kun je de nieuwste wasprogramma’s downloaden. Fijn, bedankt LG. De enige innovatie die ik nodig heb op het gebied van wasmachines is de mogelijkheid om je was droog en opgevouwen uit de machine te halen. Soortgelijke, slimme apps bestaan voor je koelkast, oven, waterkoker, koffiezetapparaat, deurbel en het slot van je voordeur.

Het slot van je voordeur. De batterij van je telefoon zou maar leeg zijn na een avondje stappen.

Deze voorbeelden zijn naar mijn idee een gevolg van een mislukte toepassing van het Internet of Things-concept. In plaats van dat een (latent) consumer need leidt tot het maken van nieuwe connecties, wordt eerst de connectie gemaakt waarna de added value wordt ontwikkeld. Toch is het maken van een dergelijke keuze door bedrijven begrijpelijk. Het ontwikkelen van apps is een erg waardevolle bron van gebruiker- en gebruiksdata. Dit kan vervolgens weer worden toegepast bij het targeten van consumentengroepen en het ontwikkelen van verbeterde hardware. Maar kun je dit type innovatie eigenlijk nog wel creatief noemen?

FJtjpqbxuOPU57C5A_bB4J1pL0MCkyRdv7YeDVT7

Voordat een idee creatief kan worden genoemd, moet het allereerst voldoen aan de dimensies novelty en appropriateness (Amabile et al., 1996). Het idee moet dus nieuw zijn en toegevoegde waarde hebben. Het koppelen van alledaagse producten aan het internet is in principe niet nieuw meer, dus een dergelijke combinatie met een nieuw product is in feite niet erg uniek. Daarnaast zit de toegevoegde waarde van de genoemde voorbeelden vooral in het genereren van gebruik(er)sdata. De waarde voor de consument is echter (nog) vrij klein. Daarmee zijn bovengenoemde innovaties maar in kleine mate creatief.

“Simplicity is the ultimate sophistication” - Leonardo DaVinci

Mocht je je binnenkort nog eens in een situatie bevinden waarbij je een out-of-the-box idee moet verzinnen voor een bedrijf, - ik noem maar wat: Recruitment Days - kan het helpen om ook te denken aan de dimensies transformation en simplicity (Jackson & Messick, 1965). Bij transformatie wordt een concept vanuit een compleet nieuw perspectief benaderd om tot een idee te komen. Brainstormen kan hierbij een handige techniek zijn. Daarnaast kan het helpen om juist niet te kijken naar wat er nog mist aan het product, maar naar wat overbodig is. Dit kan weer voordelen hebben op het gebruiksgemak.

Ik ga dit in elk geval tijdens m’n volgende workshop even toepassen. Jij ook? Meld je snel aan op www.recruitmentdays.nl.

 
Bronnen:
Amabile, T.M., Conti, R., Coon, H., Lazenby, J., Herron, M., 1996. Assessing the work environment for creativity. Academy of Management Journal, 39: 1154-1184.
Jackson, P.W., Messick, S., 1965. The person, the product, and the response: conceptual problems in the assessment of creativity. Journal of Personality, 33(3): 309-329.